ECLI:NL:RBDHA:2024:20798
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag gezinslid Turkse werknemer wegens openbare orde
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning als gezinslid bij zijn partner, die zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit bezit. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het feit dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt vanwege een eerdere veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf voor het gebruik van een vervalst identiteitsbewijs.
Eiser betoogde dat het unierechtelijk openbare-ordecriterium van toepassing is en dat het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 1966 gunstiger is dan het latere beleid uit 1994. Verweerder stelde dat het nationale beleid uit 1994 van toepassing is en dat eiser binnen dat beleid terecht is geweigerd, mede omdat het misdrijf niet onder de gunstigere bepalingen voor huwelijkspartners uit 1966 valt.
De rechtbank oordeelde dat het unierechtelijk criterium niet van toepassing is en dat het meest gunstige beleid sinds 1980 het beleid uit de Vc 1994 betreft. De bijzondere toelatingsvereisten voor huwelijkspartners uit de Vc 1966 gelden niet voor huwelijkspartners van Turkse personen, zodat eiser zich daar niet op kan beroepen. Het beroep is ongegrond verklaard, maar verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een eerdere veroordeling en toepassing van het nationale openbare-ordebeleid.