Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Inleiding
Overwegingen
De gronden van de maatregel van bewaring
Het lichter middel
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 15 januari 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen zijn plaatsing in vreemdelingenbewaring door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was ingesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, met als doel het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van een asielaanvraag en vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank stelde vast dat eiser de zware gronden 3b en 3c, betreffende het onttrekken aan toezicht en het niet naleven van een terugkeerbesluit, niet had betwist. Deze gronden waren voldoende gemotiveerd en rechtvaardigden de bewaring. Eiser voerde aan dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn vanwege zijn verblijfplaats bij een vriend en de mogelijkheid tot het verkrijgen van een identiteitsdocument. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond, mede gelet op eerdere incidenten waarbij eiser met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toets uit en concludeerde dat de bewaring tot het moment van sluiting van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.