ECLI:NL:RBDHA:2024:20849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, van Syrische nationaliteit, is door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en is door de minister een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Dit volgde op een incident op 30 oktober 2024 waarbij eiser zich bedreigend zou hebben gedragen met een mes richting COa-medewerkers.
Eiser betwist de ernst van het incident en stelt dat hij het mes niet richting medewerkers heeft gestoken, maar dat het incident is opgeblazen. Hij wijst erop dat politie en crisisdienst geen actie hebben ondernomen en dat de HTL-maatregel pas drie dagen na het incident is opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het COa voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser agressief en intimiderend gedrag heeft vertoond met een mes, waardoor sprake was van een incident met zeer grote impact. Het lopen over het gebedskleed rechtvaardigt het gebruik van het mes niet. De stellingen van eiser zijn onvoldoende om het besluit te vernietigen.
Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard wegens ontoelaatbaar en bedreigend gedrag van eiser.