ECLI:NL:RBDHA:2024:20851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel grensbewaking en schadeverzoek
De zaak betreft een beroep tegen een besluit van 16 november 2024 waarbij een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van rechtsbijstand bij zijn asielaanvraag en onvoldoende voortvarende behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank overwoog dat zij in deze procedure niet bevoegd is om een inhoudelijk oordeel te geven over de rechtmatigheid van het asielbesluit en dat de bewaringsrechter slechts de zorgvuldigheid en voortvarendheid van de procedure kan toetsen. Uit het dossier bleek dat eiser op 19 en 26 november 2024 aanmeld- en nader gehoor heeft gehad en dat de maatregel op 27 november 2024 is opgeheven.
De rechtbank vond geen bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Medische klachten van eiser waren aanwezig maar niet zodanig dat detentieongeschiktheid kon worden vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en schadeverzoek af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.