ECLI:NL:RBDHA:2024:20853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de grensdetentie onrechtmatig was vanwege het ontbreken van rechtsbijstand bij zijn asielaanvraag, wat bijzondere individuele omstandigheden zou vormen.
De rechtbank overwoog dat zij in deze procedure geen inhoudelijk oordeel kan geven over de rechtmatigheid van de asielaanvraag, maar wel moet toetsen of de maatregel zorgvuldig en voortvarend is toegepast. Uit het dossier bleek dat eiser een aanmeldgehoor had gehad en dat een nader gehoor gepland stond, waarna het inhoudelijke onderzoek zou plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Eiser gaf aan gezond te zijn en had geen bezwaren tegen de maatregel.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.