ECLI:NL:RBDHA:2024:20858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens niet voldoen aan voorwaarden en artikel 8 EVRM
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen te verblijven. De minister wees de aanvraag af op grond van het niet voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez van het HvJEU.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor afgeleid verblijfsrecht, met name omdat zijn kinderen niet gedwongen zouden zijn het EU-grondgebied te verlaten als hem geen verblijfsrecht wordt toegekend. Eiser heeft erkend dat hij een verblijfsrecht in Duitsland bezit, waardoor zijn kinderen in de EU kunnen verblijven.
Verder is het beroep ongegrond verklaard omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat het besluit niet in strijd is met het recht op familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het argument dat het gezinsleven in Nederland makkelijker zou zijn vanwege medische redenen is onvoldoende om het besluit te schorsen.
De rechtbank wijst het beroep af, waardoor de minister de aanvraag terecht heeft geweigerd. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt op 12 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard.