ECLI:NL:RBDHA:2024:20908
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielverzoek wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, Awb. Op dezelfde dag werd in een andere zaak (NL24.41117) het beroep op het besluit ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.