ECLI:NL:RBDHA:2024:20919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft op 30 april 2024 asiel aangevraagd in Nederland. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielprocedure, gelet op een eerdere aanvraag in Kroatië op 16 april 2024. Kroatië heeft het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd op basis van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat het claimakkoord voorwaardelijk is en dat niet gegarandeerd is dat Kroatië zijn aanvraag inhoudelijk zal behandelen. De rechtbank oordeelt dat dit niet afdoet aan de rechtmatigheid van het akkoord, aangezien Kroatië verplicht is de procedure af te ronden.
Daarnaast voert eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks en ontoereikende opvang in Kroatië, verwijzend naar het AIDA-rapport en een recente uitspraak. De rechtbank volgt dit niet en bevestigt het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 oktober 2024 dat er geen reëel risico is op ernstige schade bij overdracht.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft geleverd voor een reëel risico op ernstige schade bij overdracht aan Kroatië. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen en eiser overdragen aan Kroatië.