ECLI:NL:RBDHA:2024:20921
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 september 2024 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 15 oktober 2024 tijdens een zitting in Groningen, waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de rechtbank op de dag van de uitspraak al heeft geoordeeld over het samenhangende beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 december 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het samenhangende beroep.