ECLI:NL:RBDHA:2024:20930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
NL24.41724 en NL24.41726
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorzieningen in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Litouwen

Twee Russische verzoeksters hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Hiertegen hebben de verzoeksters beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Tegelijkertijd hebben de verzoeksters voorlopige voorzieningen gevraagd om de minister te verplichten de aanvragen toch in behandeling te nemen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat aangezien de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, voorlopige voorzieningen niet meer nodig zijn.

Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.41724 en NL24.41726

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

geboren op [geboortedatum],
van Russische nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],

[naam], verzoekster,

geboren op [geboortedatum],
van Russische nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
samen: verzoeksters,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Bij besluiten van 18 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoeksters tot het verlenen van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten beroep (NL24.41723 en NL24.41725) ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.41723 en NL24.41725, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.