ECLI:NL:RBDHA:2024:20950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning medische behandeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 april 2022 waarbij zijn bezwaar tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel 'medische behandeling' ongegrond werd verklaard. Na het bestreden besluit nam de minister op 22 april 2022 een aanvullend besluit. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op 31 mei 2024 reeds een uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 23/2799). Hierdoor was een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Om die reden werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd tevens geoordeeld dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.