Eiser heeft op 14 augustus 2023 een asielaanvraag ingediend waarop de minister volgens de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden moet beslissen. Deze termijn kan met maximaal negen maanden worden verlengd bij een groot aantal aanvragen. De minister heeft de beslistermijn voor aanvragen in 2023 met negen maanden verlengd, wat door de rechtbank in een eerdere uitspraak als rechtsgeldig is beoordeeld.
Eiser stelde de minister op 20 augustus 2024 schriftelijk in gebreke, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.