ECLI:NL:RBDHA:2024:20991

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
NL24.37238
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43a Vreemdelingenwet 2000Artikel 17 Richtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag tijdelijke bescherming Oekraïne

Eisers dienden op 5 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een besluit stelden zij de minister op 5 september 2024 in gebreke en dienden op 24 september 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De minister verweerde zich schriftelijk. De rechtbank besloot het beroep zonder zitting te behandelen.

De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne de beslistermijn op de aanvraag was opgeschort tot ten minste 4 maart 2026. Hierdoor was de ingebrekestelling van 5 september 2024 prematuur omdat de wettelijke beslistermijn nog niet was aangevangen. Een prematuur ingediende ingebrekestelling is niet geldig, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.

De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.37238

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. H. Postma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. Eisers hebben op 5 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
2. Bij brief van 5 september 2024 hebben eisers de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eisers hebben vervolgens op
24 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De minister heeft op 4 december 2024 een verweerschrift ingediend.
3. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

4. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
5. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra een bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
6. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
7. Op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Vw, wordt in afwijking van artikel 42, eerste lid, het besluit op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, uiterlijk zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming gegeven.
8. De minister heeft bij brief van 11 februari 2023 en 21 augustus 2024 aangegeven dat eisers onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne 2001/55/EG (de Richtlijn) vallen. De rechtbank deelt dit standpunt. Aangaande de afwijkende beslistermijn als gevolg van deze tijdelijke bescherming is artikel 17 van Pro de Richtlijn van belang. De uitwerking hiervan staat in artikel 43a van de Vw, zoals onder rechtsoverweging 7. is vermeld.
9. Op dit moment is de werkingsduur van de Richtlijn verlengd tot in ieder geval
4 maart 2026. [1] De beslistermijn van de aanvragen van de vreemdelingen, zoals eisers, die onder deze Richtlijn vallen, is daarmee opgeschort tot - in ieder geval - 4 maart 2026. De ingebrekestelling is door eisers ingediend op 5 september 2024. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet aangevangen en evenmin verstreken. De ingebrekestelling van eisers is daarmee prematuur ingediend en is niet geldig. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingediend.
10. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars. rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1836.