ECLI:NL:RBDHA:2024:21007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op ingangsdatum verblijfsvergunning wegens geloofwaardigheid identiteit en nieuw asielmotief
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning die geldig is van 15 december 2021 tot 15 december 2026. Hij betwist de ingangsdatum van deze vergunning en stelt dat deze terug moet gaan tot zijn eerste asielaanvraag in 2015. De rechtbank heeft op 1 oktober 2024 het beroep behandeld en beoordeelt of de minister van Asiel en Migratie de ingangsdatum juist heeft vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de minister de identiteit van eiser terecht ongeloofwaardig heeft bevonden, zowel tijdens de bestuurlijke heroverweging als bij de herhaalde asielaanvraag. Nieuwe documenten die eiser heeft overlegd, zoals een schoolpas en een duplicaat van de tazkera, zijn gebaseerd op een niet-echt bevonden onderliggend document, waardoor deze documenten niet geloofwaardig zijn. Daarnaast is het nieuwe asielmotief van eiser, zijn afvalligheid, pas na de eerste procedure naar voren gebracht en vormt dit een nieuw relevant element dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning bepaalt.
Eiser heeft aangevoerd dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar dreigbrieven van de Taliban en onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn PTSS en stress, maar de rechtbank wijst deze gronden af. De rechtbank concludeert dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning terecht is vastgesteld op 15 december 2021 en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning blijft 15 december 2021.