ECLI:NL:RBDHA:2024:21023
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 7 november 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 6 december 2024. Verzoeker was niet aanwezig vanwege verhindering, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op de uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.4485) is het beroep inhoudelijk behandeld en beslist. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en griffier J. Dijkstra, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist.