ECLI:NL:RBDHA:2024:21025
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij verlenging verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij besluit van 21 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor verlenging van een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister buiten behandeling is gesteld. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 december 2024, waarbij verzoeker niet is verschenen en de minister zich liet vertegenwoordigen. In een aanverwante zaak (NL24.42160) werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen prijs meer stelt op beoordeling van zijn asielverzoek, mede omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de voorzieningenrechter dat verzoeker geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.