ECLI:NL:RBDHA:2024:21030
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na vertrek verzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 1 november 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. Tijdens de zitting op 6 december 2024 is verzoeker niet verschenen en heeft de minister zich laten vertegenwoordigen.
De rechtbank heeft bij een aanverwante zaak (NL24.43756) vastgesteld dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, waardoor hij geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn verzoek. Op grond hiervan is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na vertrek verzoeker.