ECLI:NL:RBDHA:2024:21034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag op 3 november 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de overwegingen is verwezen naar een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL24.43978), waarin het beroep werd behandeld.
Op basis van deze eerdere uitspraak en de inhoud van het verzoek is geconcludeerd dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 12 december 2024 gedaan en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen.