ECLI:NL:RBDHA:2024:21043
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak opvolgende asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 27 augustus 2024 de opvolgende asielaanvraag van verzoeker in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Tegelijkertijd met deze uitspraak is op het hoofdberoep uitspraak gedaan onder zaaknummer NL24.34106.
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.