ECLI:NL:RBDHA:2024:21050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Eiser, die zich voordeed als minderjarige vreemdeling, werd op 5 november 2024 bij aankomst op Schiphol een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat het paspoort van eiser, dat door de afdeling Falsificaten was onderzocht en als authentiek was beoordeeld, aangaf dat eiser in 2003 was geboren, waardoor hij meerderjarig is. De enkele stelling van eiser dat hij minderjarig zou zijn, was onvoldoende om nader onderzoek te rechtvaardigen. Ook bleek niet dat eiser langer dan 24 uur in de luchthavenlounge verbleef, wat volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 niet is toegestaan.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was opgelegd en niet onrechtmatig was uitgevoerd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.