ECLI:NL:RBDHA:2024:21054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
NL24.46743
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Vreemdelingenwet 2000Art. 94 lid 6 Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1a Vreemdelingenbesluit 2000Art. 4.6 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet

De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiser op 5 november 2024 bij aankomst op Schiphol, op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend.

De rechtbank heeft het schriftelijk onderzoek gesloten op 6 december 2024. Eiser stelde onder meer dat het dossier geen aanwijzingen bevatte op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat het verblijf in de luchthavenlounge langer dan 24 uur zou zijn geweest, wat niet is toegestaan.

De rechtbank overweegt dat eiser op dezelfde dag van aankomst asiel heeft aangevraagd en de maatregel is opgelegd, zodat een aanwijzing op grond van artikel 4.6 Vb niet noodzakelijk was. Er is geen bewijs dat eiser langer dan 24 uur in de lounge verbleef. De maatregel is niet onrechtmatig bevonden.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46743

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. H. Loth),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Smeulders).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2024 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen. De gemachtigde van eiser heeft op 29 november 2024 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft hier op 5 december 2024 op gereageerd. De rechtbank heeft op 6 december 2024 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.
2. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
3. Eiser voert aan dat het dossier geen aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vb bevat. Niet duidelijk is hoe lang eiser in de lounge heeft verbleven. Eiser wijst er ook op dat een verblijf in de lounge langer dan 24 uur niet is toegestaan.
4. De rechtbank overweegt als volgt.
5. Uit het proces-verbaal van bevindingen bij aanvraag asiel blijkt dat eiser op 5 november 2024 is aangekomen op Schiphol. Eiser heeft nog dezelfde dag een asielaanvraag ingediend en een bewaringsmaatregel opgelegd gekregen. Het was dan ook niet nodig een aanwijzing te geven op grond van artikel 4.6 van het Vb. Niet is gebleken dat eiser op last van verweerder meer dan 24 uur in de lounge heeft doorgebracht.
6. Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.