ECLI:NL:RBDHA:2024:21055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 26 november 2024 opgeheven, waarna eiser tevens een verzoek tot schadevergoeding indiende. De rechtbank heeft de zaak schriftelijk behandeld en het onderzoek op 6 december 2024 gesloten.
De rechtbank beoordeelt of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding. Eiser stelde dat het dossier geen geldige aanwijzing bevatte en dat hij langer dan toegestaan in de lounge verbleef. De rechtbank constateert echter dat de aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 wel aanwezig is en dat het verblijf in de lounge voor één nacht volgens de hoogste bestuursrechter acceptabel is.
Daarnaast is gebleken dat eiser na de opheffing van de maatregel op 26 november 2024 niet meer in vreemdelingenbewaring verbleef. De rechtbank concludeert dat de bewaring niet onrechtmatig was en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.