ECLI:NL:RBDHA:2024:21057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding bij bewaring asielzoeker
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven voordat de rechtbank uitspraak deed. Eiser vordert tevens schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank stelt vast dat de aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 wel in het dossier aanwezig is, waarmee het verblijf in de lounge voor één nacht acceptabel is volgens jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter. Eiser heeft zich tijdig gemeld voor het indienen van zijn asielaanvraag en de maatregel werd in dat kader opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel niet onrechtmatig is geweest en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.