ECLI:NL:RBDHA:2024:21062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in asielprocedure
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat het dossier geen aanwijzing bevatte voor de duur van het verblijf in de lounge en dat een verblijf langer dan 24 uur niet is toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat de aanwijzing wel in het dossier aanwezig was en dat eiser zich op de dag van oplegging van de maatregel had gemeld voor het indienen van zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat het verblijf in de lounge voor één nacht acceptabel is volgens de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter.
Daarom vond de rechtbank geen grond om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Kerstens-Fockens en griffier Froma, en is openbaar bekendgemaakt op 13 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.