ECLI:NL:RBDHA:2024:2118

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
21 februari 2024
Zaaknummer
NL23.21975
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris heeft vervolgens besloten de ambassade te machtigen om de mvv af te geven, waarmee het beroep feitelijk is komen te vervallen.

De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee geen procesbelang meer heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en bepaalt dat het betaalde griffierecht moet worden vergoed.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21975

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres

V-nummer: [nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam 2], V-nummer: [nummer 2]
[naam 3] ,V-nummer: [nummer 3]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 11 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door [naam 4] (referent) ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis ten behoeve van eiseres en haar minderjarige kinderen.
Bij besluit van 16 november 2023 heeft verweerder meegedeeld dat hij de ambassade te Istanbul heeft gemachtigd om de mvv af te geven.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door referent ingediende aanvraag, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag om een mvv terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 184 moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.