ECLI:NL:RBDHA:2024:21235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prepensioen als inkomen in mindering op WW-uitkering terecht
Eiser was jarenlang werkzaam bij het Uwv en ontving vanaf 1 februari 2023 prepensioen na beëindiging van zijn dienstverband per 1 juni 2023. Na aanvraag van een WW-uitkering per 15 juni 2023 heeft verweerder het bedrag van de WW-uitkering per 1 juni 2023 verlaagd met het prepensioenbedrag, omdat dit als inkomen in verband met arbeid wordt aangemerkt.
Eiser betoogde dat het onrechtvaardig is dat zijn prepensioen wordt gekort op de WW-uitkering, omdat hij het prepensioen anders als extraatje bovenop zijn AOW-uitkering zou hebben ontvangen. De rechtbank overweegt dat het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (Aib) het prepensioen als inkomen aanmerkt en alleen in specifieke uitzonderingen hiervan afwijkt, die in deze zaak niet van toepassing zijn.
De rechtbank wijst het beroep af omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die toepassing van het Aib onevenredig maken. Hoewel de korting financieel nadelig is, is niet aangetoond dat dit onredelijk bezwarend is. De rechtbank bevestigt dat de inkomsten uit prepensioen terecht in mindering zijn gebracht op de WW-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de korting van zijn WW-uitkering wegens prepensioen wordt ongegrond verklaard.