ECLI:NL:RBDHA:2024:2125

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
21 februari 2024
Zaaknummer
NL23.21871
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 7:10 AwbArt. 72 lid 2 Vreemdelingenwet 2000Art. 76 lid 1 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij visumaanvraag

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschrift tegen de afwijzing van een visumaanvraag voor kort verblijf. Verweerder heeft later alsnog het visum verleend, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk is komen te vervallen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de ingebrekestelling door eisers is ingediend voordat de beslistermijn was verstreken, waardoor deze prematuur was. Dit betekent dat het beroep niet ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart het niet-ontvankelijk. De uitspraak is openbaar gemaakt en er is een mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en vervallen procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21871

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser I], eiser I

V-nummer: [nummer]
[naam eiser II], eiser II
samen: eisers
(gemachtigde: mr. A. Darrazi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: D. Meier).

Procesverloop

Eisers hebben op 28 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun bezwaarschrift tegen de afwijzing van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf ten behoeve van eiser I.
Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft verweerder alsnog een visum voor kort verblijf aan eiser I verleend.
Desgevraagd hebben eisers meegedeeld het beroep te handhaven.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van eisers, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eisers gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer hebben.
2. Eisers hebben op 30 maart 2023 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Verweerder moet uiterlijk binnen negentien weken een beslissing op bezwaar nemen. Dit is gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. [2] Verder heeft verweerder in zijn brief van 4 april 2023 meegedeeld dat hij de beslistermijn met zes weken heeft verdaagd. [3] Eiser heeft verweerder op 12 juli 2023, ontvangen op 13 juli 2023, in gebreke gesteld. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 72, tweede lid en artikel 76, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
3.Op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb.