ECLI:NL:RBDHA:2024:21264
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverwijzing naar Kroatië
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling heeft genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit zijn beroepen ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken behandeld op 12 november 2024.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaken NL24.41122 en NL24.41124) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst daarom het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier S.J. Valk op 21 november 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.