ECLI:NL:RBDHA:2024:2132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2024 behandeld en beoordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Duitsland de asielaanvraag conform de Europese regelgeving zal behandelen.
Eiser stelde dat er sprake is van toenemend geweld tegen asielzoekers en problemen in de opvang in Duitsland, waardoor hij risico zou lopen op een schending van zijn rechten. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij persoonlijk risico loopt of dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een uitzonderlijke situatie vormen.
Ook het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening, met betrekking tot de afhankelijkheid van familie in Nederland en de menselijke maat, faalt omdat eiser onvoldoende onderbouwing levert over zijn afhankelijkheid en bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.