ECLI:NL:RBDHA:2024:21378
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoekster heeft bij besluit van 6 november 2024 een afwijzing ontvangen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke zij heeft aangevochten middels beroep. Tegelijkertijd heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om een tijdelijke maatregel te treffen in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 11 december 2024 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet zijn verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na sluiting van het onderzoek is geoordeeld dat de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.