Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] , eiseres en verzoeker (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. S. Franca).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Surinaamse moeder van drie minderjarige Nederlandse kinderen, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro, als verzorgende ouder. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de kinderen niet in Nederland verblijven en dus niet gedwongen worden de EU te verlaten.
Eiseres betoogde dat het besluit ondeugdelijk was en dat zij de kinderen zo spoedig mogelijk naar Nederland wilde laten komen, maar dat de vader dit tegenwerkt. Tevens verzocht zij om aanhouding van de procedure in afwachting van een voogdijprocedure in Suriname en stelde zij dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees omdat de kinderen niet in Nederland verblijven en het niet vaststaat dat zij daadwerkelijk zullen komen. De rechtbank verwierp het beroep op het arrest Chavez-Vilchez (C-459/20) omdat de situatie niet vergelijkbaar is. Ook werd het verzoek om aanhouding afgewezen omdat ook na een gunstige uitspraak in Suriname nog onduidelijkheid blijft over de komst van de kinderen.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten kenbaar te maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.