Eiser was eerder op 9 en 10 mei 2024 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) en onderworpen aan een vrijheidsbeperkende maatregel vanwege meerdere incidenten, waaronder agressie en brandgevaar. Deze besluiten werden toen door de rechtbank ongegrond verklaard en zijn in rechte vastgesteld.
Bij besluiten van 27 september 2024 legde het COa en de minister opnieuw een plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel op, gebaseerd op dezelfde incidenten als in mei 2024, zonder nieuwe incidenten te onderbouwen. Eiser verbleef tussen mei en september 2024 in Veldzicht voor psychiatrische behandeling en is daarna tijdelijk teruggeplaatst in de HTL.
De rechtbank oordeelt dat het COa niet kan teruggrijpen op eerdere incidenten om nieuwe maatregelen te rechtvaardigen, zeker nu de behandeling positief heeft uitgepakt en eiser inmiddels is overgeplaatst naar reguliere opvang. De besluiten ontberen een deugdelijke motivering en zijn in strijd met het ne bis in idem-beginsel. De beroepen worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en het COa en de minister worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.