ECLI:NL:RBDHA:2024:21400
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek op 16 oktober 2024 niet in behandeling genomen, met als reden dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 oktober 2024 samen met een gerelateerde zaak behandeld. Verzoeker was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde, met een tolk aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.40544) inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 11 november 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.