ECLI:NL:RBDHA:2024:21404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij betwisten dat de minister de beslistermijn geldig heeft verlengd met negen maanden op grond van WBV 2023/3, die sinds 27 januari 2023 van kracht is.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft het onderzoek gesloten nadat partijen geen zitting hebben verzocht. De rechtbank overweegt dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
De asielaanvraag van eisers, ingediend op 21 april 2023, valt onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn met negen maanden is verlengd. De ingebrekestelling van 19 juli 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep op grond van niet tijdig beslissen volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier D.D. Bijlhout op 21 november 2024.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend wegens verlenging van de beslistermijn.