ECLI:NL:RBDHA:2024:2141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en indirect refoulement
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser maakt bezwaar met het argument dat overdracht aan Duitsland indirect refoulement oplevert, omdat hij behoort tot de Jezidi's die in 2014 door IS zijn getroffen en in Duitsland onvoldoende bescherming zouden krijgen. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser aannemelijk moet maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Duitsland die een hoog drempelniveau bereiken.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die stelt dat zonder bewijs van systeemfouten in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Duitsland geen onderzoek naar indirect refoulement hoeft plaats te vinden. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dergelijke systeemfouten bestaan.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier S.J. Valk op 29 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.