ECLI:NL:RBDHA:2024:21446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verkeersontheffing parkeren camper voor bedrijfsmatig gebruik nabij woning en winkel
Eiseres, die een camper gebruikt voor het geven van knutselcursussen op locatie, vroeg opnieuw een verkeersontheffing aan om haar camper vlakbij haar woning en winkel te parkeren. Deze aanvraag werd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag afgewezen. Eiseres was het niet eens met het besluit en stelde dat het besluit niet zorgvuldig was genomen, onder meer omdat de gemeente zich op een verkeerde wettelijke grondslag baseerde en onvoldoende rekening hield met haar belangen en alternatieve locaties.
Hoewel eiseres haar beroepschrift na de beroepstermijn indiende, had zij binnen zes weken na het bestreden besluit reeds argumenten aan verweerder kenbaar gemaakt. Verweerder had nagelaten deze stukken als verweerschrift door te zenden naar de rechtbank, waardoor de rechtbank het beroep alsnog inhoudelijk behandelde.
De rechtbank oordeelde dat het parkeerverbod voor campers op de betreffende locatie terecht geldt en dat verweerder de ontheffing mocht weigeren. De belangenafweging was evenredig, mede omdat de covid-maatregelen niet meer van toepassing zijn en het belang van de gemeente om parkeerexcessen te voorkomen zwaarder weegt dan het belang van eiseres. De rechtbank vond ook dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat het onmogelijk was een alternatieve parkeerplaats te huren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verkeersontheffing voor het parkeren van de camper wordt ongegrond verklaard.