Eiser, een voormalig uitzendkracht bij de Belastingdienst, diende op 10 oktober 2023 een AVG-verzoek in voor inzage in zijn persoonsgegevens. Verweerder reageerde pas op 6 december 2023, ruim na de wettelijke beslistermijn. Eiser stelde verweerder in gebreke en startte beroep wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail van 6 december 2023 een besluit is in de zin van de Awb, ondanks het ontbreken van een bezwaarclausule. De overschrijding van de beslistermijn wordt als verschoonbaar beschouwd. Verweerder heeft te laat beslist en is daarom een dwangsom verschuldigd.
De rechtbank stelde de dwangsom vast op €161,- voor de periode van 30 november tot en met 6 december 2023. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €187,- aan eiser vergoeden. Het beroep is gegrond verklaard.