ECLI:NL:RBDHA:2024:21455
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie stelde deze aanvraag buiten behandeling bij besluit van 21 oktober 2024. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 16 december 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het hoofdberoep (zaaknummer NL24.42158), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en is definitief; tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het hoofdberoep.