ECLI:NL:RBDHA:2024:21458
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinzaak tegen niet-behandeling asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 december 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 december 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.