ECLI:NL:RBDHA:2024:21472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiseres, een Iraakse vrouw met een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar toenmalige echtgenoot, verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden. De minister trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees de aanvraag af, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld dat tot de verbreking van de relatie had geleid.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht van horen in bezwaar kon afzien, gezien de inhoud van het primaire besluit en het bezwaar. Ook was er geen sprake van een procedureel zorgvuldigheidsgebrek, omdat eiseres ruim de tijd had om haar gronden in te dienen. De door eiseres overgelegde verklaringen en berichten waren onvoldoende objectief en konden het huiselijk geweld niet aannemelijk maken.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier op humanitaire gronden en dat de minister voldoende had gemotiveerd dat er geen klemmende redenen waren om voortgezet verblijf toe te staan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en afwijzing van wijziging verblijfsdoel wordt bevestigd.