Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties.
2.De feiten
De draagkracht van de man is tussen partijen in geschil. De vrouw is bij haar berekeningen eerst uitgegaan van de gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2019 tot en met 2021 welk gemiddelde zij berekende op € 155.953,- en vervolgens op de door haar geprognosticeerde winst uit onderneming over het jaar 2023 ter hoogte van € 158.159,-. De man heeft in 2023 zijn eenmanszaak waarin hij software ontwikkelt omgezet in een besloten vennootschap en berekent zijn draagkracht aan de hand van een DGA-salaris van 60.000,-. De man stelt dat het resultaat van zijn onderneming sterk is gedaald. De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist. De rechtbank acht (de noodzaak van) de aanmerkelijke inkomensachteruitgang van de man niet overtuigend onderbouwd en zal met deze achteruitgang bij de berekening van de draagkracht geen rekening houden. De man heeft aangevoerd dat hij vanwege medische klachten het advies heeft gekregen om het qua werk rustiger aan te doen waardoor hij nu veel van zijn werk door ingehuurde krachten laat