Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], V-nummers: [V nummer 3] en [V nummer 4] , gezamenlijk te noemen: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen. De rechtbank heeft de zaak op 30 januari 2024 behandeld, waarbij de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren, maar eisers zelf niet.
Eisers stelden dat zij na overdracht aan Duitsland geen toegang tot noodzakelijke medische zorg zouden krijgen, met name voor diabetes mellitus en hypertensie. Zij overlegden een patiëntendossier en verklaarden dat de behandeling in Duitsland was stopgezet vanwege weigering van vergoeding door de Duitse zorgverzekering voor asielzoekers.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag vertrouwen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt, waaronder toegang tot medische zorg en asielprocedures. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij daadwerkelijk geen medische zorg zullen ontvangen of dat zij niet kunnen klagen over eventuele tekortkomingen. Ook is niet gebleken dat Nederland het aangewezen land is voor medische behandeling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvragen in stand. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer op 13 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen.