ECLI:NL:RBDHA:2024:21510

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
AWB 19/7880
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep verblijfsvergunning

Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet tijdelijke humanitaire gronden’, welke door verweerder is afgewezen bij het primaire besluit van 11 oktober 2019. Verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter, die later werd omgezet in een verzoek hangende het beroep tegen het bestreden besluit van 13 oktober 2020, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard.

De rechtbank heeft bij uitspraak in zaak AWB 20/7738 het beroep gegrond verklaard. Op grond hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatige rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager zonder zitting op 17 december 2024. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De zaak betreft toepassing van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen binnen het vreemdelingenrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 19/7880

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster I

mede namens haar gezinsleden:
[verzoeker 1], V-nummer: [V-nummer 2] , verzoeker I
[verzoekster 2], V-nummer: [V-nummer 3] , verzoekster II
[verzoekster 3], V-nummer: [V-nummer 4] , verzoekster III
[verzoeker 2], V-nummer: [V-nummer 5] , verzoeker II
tezamen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van
verzoekers om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet
tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van de Afsluitingsregeling [1] afgewezen.
Bij verzoekschrift van 15 oktober 2019 hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht
om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 13 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van
verzoekers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 20/7738, heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft gegrond verklaard. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen.