Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beoordelingskader
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse nationaliteit, vroeg een visum kort verblijf aan om zijn zus in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af wegens redelijke twijfel over het voornemen van eiser om Nederland tijdig te verlaten, omdat onvoldoende sociale en economische binding met Iran was aangetoond.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk voldoende binding heeft, onder meer door zijn verloofde, werk, inkomen en bezit van onroerend goed in Iran. De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een regelmatig en substantieel inkomen geniet en dat het bezit van onroerend goed geen sterke economische binding vormt. Ook ontbrak het aan zwaarwegende sociale verplichtingen.
Verweerder mocht afzien van het horen van eiser omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was; essentiële informatie ontbrak en een hoorzitting zou dit niet kunnen veranderen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar is niet-ontvankelijk omdat verweerder alsnog heeft beslist.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan eiser. Het bestreden besluit blijft in stand en de visumaanvraag wordt definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.