ECLI:NL:RBDHA:2024:21531
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ongegrond verklaard beroep asielaanvraag op basis van Dublin-verordening Kroatië
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 30 september 2024, waarin het beroep op zijn asielaanvraag ongegrond werd verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Opposant voerde aan dat er binnen de rechtbank Den Haag discussie bestaat over de naleving van internationale verplichtingen door Kroatië en verwees naar voorlopige voorzieningen van andere zittingsplaatsen en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelde echter dat zij zelfstandig en gemotiveerd tot haar oordeel was gekomen en dat het beroep terecht kennelijk ongegrond was verklaard.
De rechtbank wees het verzet af en handhaafde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak van 30 september 2024 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.