ECLI:NL:RBDHA:2024:21559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf wegens twijfel aan tijdige terugkeer naar Marokko
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, vroeg op 20 oktober 2023 een visum kort verblijf aan om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af vanwege onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko en twijfel over haar intentie om tijdig terug te keren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een ruime beoordelingsmarge heeft gehanteerd en dat de twijfel over terugkeer gerechtvaardigd is, mede omdat eiseres niet werkt en door haar echtgenoot in Nederland wordt onderhouden. De minister heeft de twijfel toegelicht met feitelijke omstandigheden en eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd om deze twijfel weg te nemen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het recht op familie- en gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro niet strekt tot het verkrijgen van een visum kort verblijf en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat er geen nieuwe feiten waren die tot een ander besluit konden leiden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het visum wordt niet toegekend en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege redelijke twijfel aan tijdige terugkeer.