ECLI:NL:RBDHA:2024:21573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Duitsland
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voert aan dat de overdracht aan Duitsland succesvol is uitgevoerd en dat hij zich op het moment van overdracht in Duitsland bevond. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat eiser sinds 30 november 2022 in Duitsland verblijft en dat Duitsland het terugnameverzoek op 8 juli 2022 heeft geaccepteerd.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder mag vertrouwen op de mededelingen van de Duitse autoriteiten. Eiser heeft geen concrete aanwijzingen aangevoerd die dit vertrouwen zouden ondermijnen. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond verklaard en is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.