ECLI:NL:RBDHA:2024:21594
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser heeft op 10 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden een besluit nemen, wat in dit geval neerkwam op 10 april 2024. De minister heeft echter de beslistermijn met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, conform artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. De ingebrekestelling van eiser, gedateerd 24 mei 2024, is daardoor prematuur en voldoet niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.