ECLI:NL:RBDHA:2024:216
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot ontruiming winkelruimte en betaling gebruiksvergoeding wegens niet tot stand gekomen indeplaatsstelling
Eiseres exploiteerde sinds 2015 een drogisterij in een gehuurde winkelruimte en verkocht deze per 1 maart 2023 aan Oase. De koopovereenkomst bevatte een verplichting tot indeplaatsstelling in de huurovereenkomst, waarvoor toestemming van de verhuurder vereist was.
Hoewel de verhuurder aanvankelijk niet afwijzend stond tegenover de indeplaatsstelling, stelde hij een hogere waarborgsom dan gebruikelijk. Oase weigerde deze te accepteren en deed een tegenvoorstel dat werd afgewezen. Uiteindelijk is de indeplaatsstelling niet tot stand gekomen door toedoen van Oase, die ook geen huur betaalde vanaf mei 2023.
Eiseres vordert ontruiming van de winkelruimte, betaling van gebruiksvergoeding vanaf mei 2023, en vergoeding van ontruimingskosten en incassokosten. Oase voert verweer met onder meer het ontbreken van spoedeisend belang en stelt dat eiseres tekort is geschoten in haar verplichtingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres haar verplichtingen correct is nagekomen en dat het niet tot stand komen van de indeplaatsstelling aan Oase te wijten is. Er is sprake van een spoedeisend belang en de gevorderde voorzieningen worden toegewezen, waaronder ontruiming binnen drie dagen, betaling van gebruiksvergoeding en dwangsom bij niet-nakoming.
Uitkomst: Oase wordt veroordeeld tot ontruiming van de winkelruimte en betaling van gebruiksvergoeding en kosten.