ECLI:NL:RBDHA:2024:21633
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid HTL-plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel bij asielzoeker
De rechtbank Den Haag heeft op 13 december 2024 uitspraak gedaan in twee beroepen van een asielzoeker tegen besluiten van het COa en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betrof het besluit van het COa om eiser in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te plaatsen na een incident waarbij eiser geweld gebruikte tegen een medebewoner en een beveiliger bespuugde. Het tweede beroep richtte zich tegen de vrijheidsbeperkende maatregel die de minister op dezelfde datum oplegde.
De rechtbank oordeelde dat het COa het incident adequaat en zorgvuldig had onderzocht, mede aan de hand van camerabeelden, en dat de plaatsing in de HTL voldoende was gemotiveerd. De enkele betwisting door eiser van de verslaglegging was onvoldoende om het besluit te betwisten. Ook het argument dat eiser vanwege zijn hartpatiëntstatus niet in de HTL geplaatst had mogen worden, faalde omdat een GZA-akkoord voor overplaatsing aanwezig was en geen bewijs werd geleverd dat geplande afspraken niet doorgingen.
Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond werd verklaard en de vrijheidsbeperkende maatregel daarop steunt, werd ook dat beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen de HTL-plaatsing en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.